Een contaminatie ontstaat wanneer je twee woorden of uitdrukkingen vermengt die qua betekenis of vorm op elkaar lijken, en daarmee ontstaat een verhaspeling. Je combineert als het ware twee mogelijkheden tot één nieuwe (foutieve) vorm. Bijvoorbeeld: “uitprinten” is een samenvoeging van “uitprinten” (informeel gebruik) en “printen” of “afdrukken”.
Soms dringt zo’n vermenging diep door in het taalgebruik dat mensen het niet meer als fout ervaren. Bijvoorbeeld “overnieuw” combineert “opnieuw” en “overdoen”.
Voorbeeldzinnen:
Bij een contaminatie kun je vaak uitzoeken welke twee vormen er gecombineerd zijn en dan kiezen voor één correcte versie.
Een pleonasme is een overschrijding doordat je een eigenschap noemt die al besloten ligt in het hoofdwoord. Het is een dubbeling, maar dan tussen verschillende woordsoorten. Zo’n toevoeging is vaak niet nodig. Bijvoorbeeld: “witte sneeuw” is een pleonasme, want sneeuw is per definitie wit.
Andere voorbeelden: “ronde bal” (een bal is al rond), “het groene gras” (gras is doorgaans groen).
Toch hoeft pleonasme niet altijd een fout te zijn. Soms gebruikt iemand het bewust om iets sterker uit te drukken of een bepaald gevoel over te brengen. Maar in strak of zakelijk schrijven kun je het beter vermijden.
Als je twijfelt: denk na of het tweede woord iets toevoegt wat je écht nodig hebt. Zo ja, dan kun je het laten. Zo nee, dan kun je het weglaten.
Een tautologie is een herhaling waarbij twee of meer woorden van dezelfde woordsoort hetzelfde zeggen. Je zegt dus eigenlijk twee keer hetzelfde. Een bekend voorbeeld: “gratis en voor niets”. “Gratis” en “voor niets” betekenen in deze samenhang hetzelfde.
Andere voorbeelden: “vast en zeker”, “open en bloot”, “nooit ofte nimmer”.
Net als bij pleonasme geldt: een tautologie kan stilistisch gebruikt worden om nadruk te leggen, maar vaak is hij overbodig in heldere, precieze teksten.
Hoewel deze drie vormen met elkaar verwant zijn (ze handelen allemaal over herhaling of overlap in taal), zit het verschil in de aard van de herhaling:
Bij contaminatie meng je twee uitdrukkingen met elkaar; je creëert een foutieve vorm door vermenging.
Een pleonasme is een herhaling tussen verschillende woordsoorten (bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord) waarin de eigenschap al besloten ligt in het zelfstandig naamwoord.
Bij een tautologie gebruik je twee of meer woorden van dezelfde woordsoort die hetzelfde betekenen.
Als je een zin bekijkt waarin je twijfelt: zoek eerst of er sprake is van vermenging van twee uitdrukkingen (contaminatie). Zo niet, kijk dan of het om een eigenschap gaat die al besloten ligt (pleonasme). Anders zit je waarschijnlijk met een tautologie.
Lees je tekst hardop. Vaak hoor je meteen of iets overbodig is. Als twee woorden hetzelfde zeggen, verwijder dan één ervan en kijk of de zin nog steeds volledig en begrijpelijk is. Soms kun je ook een synoniem of alternatieve formulering kiezen.
Zeker in formele teksten (bijvoorbeeld een rapport of een zakelijke e-mail) is het beter om zulke overbodige herhalingen te vermijden. In informele teksten of poëzie kan een pleonasme of tautologie een stijlmiddel zijn, maar gebruik het spaarzaam.
Als je een werk nakijkt, let dan vooral op vaste uitdrukkingen die zich als contaminaties hebben genesteld. Soms zijn ze “geaccepteerd” geraakt, maar in strakke teksten kunnen ze afleiden.
Mensen kiezen vaak voor “meer woorden” om zekerheid te krijgen of nadruk te leggen. Door scherp te letten op contaminatie, pleonasme of tautologie kun je een tekst compacter en effectiever maken, de woorden die je wél bewaart, krijgen dan meteen meer gewicht.
Terug