Wat betekent figuurlijk taalgebruik?

Als je iets figuurlijk zegt, gebruik je woorden of uitdrukkingen die je niet in de letterlijke betekenis mag nemen. Bijvoorbeeld: “Hij barst van het verdriet.” Dat betekent niet dat het lichaam letterlijk barst, maar dat iemand erg verdrietig is. Figuurlijk taalgebruik laat dus een interpretatie toe, de luisteraar moet de betekenis afleiden.

Wanneer woorden anders bedoeld worden dan ze letterlijk zeggen, spreek je ook wel van beeldspraak. Bij beeldspraak gebruik je vaak een vergelijking of overdracht van betekenis.

Vormen van beeldspraak

Er zijn verschillende manieren om beelden in taal te verwerken:

  • Vergelijking: je verbindt twee zaken door een overeenkomst aan te geven, vaak met “als”, “zoals” of “van”. Bijvoorbeeld: “Zo snel als een haas.”
  • Metafoor: je laat het object weg en gebruikt alleen het beeld. Bijvoorbeeld: “Hij is een rots in de branding.”
  • Personificatie: levenloze dingen krijgen menselijke eigenschappen. Bijvoorbeeld: “De wind fluistert.”
  • Metonymie: je gebruikt niet een overeenkomst, maar een ander verband, bijvoorbeeld oorzaak-gevolg, deel-geheel, maker-voorwerp. Bijvoorbeeld: “Nederland scoorde drie goals” (je bedoelt de voetbalploeg) of “hij leest Shakespeare” (hij leest een werk van Shakespeare).

Soms komen meerdere figuren tegelijk voor. Die afwisseling maakt taal levendiger.

Waarom gebruiken we figuurlijk taalgebruik?

Beeldspraak roept associaties op. Het nodigt de lezer (of luisteraar) uit om zelf betekenis te geven. Zo kun je gevoel of sfeer overbrengen die niet zomaar in “platte” zinnen past.

Figuurlijk taalgebruik kan ook aandacht trekken: het zet je bij de tekst stil. Soms gebruik je het om iets subtiel te zeggen, bijvoorbeeld iets pijnlijks verzacht uitdrukken met een eufemisme (“hij is heengegaan” voor “hij is gestorven”).

Maar het gebruik ervan vraagt wel gevoel voor samenhang: de lezer moet de link tussen beeld en bedoeling kunnen leggen.

De grammaticale kant van figuurlijk taalgebruik

Hoewel figuurlijk taalgebruik vooral over betekenis gaat, raakt het aan grammatica op een paar punten.

Ten eerste: de woordsoorten blijven gelden. Je gebruikt zelfstandig naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, enzovoort, ook in figuurlijke uitdrukkingen. Bij “de tijd vliegt” is “tijd” het onderwerp en “vliegt” het werkwoord, zelfs al is het beeld (vliegen) niet letterlijk bedoeld.

Ten tweede: de zinsstructuur kan soms afwijken van wat je gewend bent in letterlijke zinnen. Soms plaast een schrijver een adjectief of bijwoord vóór of ná de reguliere plek om de nadruk te versterken of het beeld vloeiender te laten vallen. Denk aan inversie of vooropplaatsing: “Die berg, hij torende boven alles uit.”

Derde: er kunnen stijlfiguren meegaan met het figuurlijk taalgebruik. Herhaling, parallellisme, contrast (antithese) kunnen de kracht van de beeldspraak versterken. Bijvoorbeeld: “Hoog of laag, hij zoekt je.” Of: “Niet in omvang, wel in intensiteit.”

Tenslotte: stijlfouten kunnen optreden als je de balans verliest. Contaminaties (“rijzen de pan uit” gecombineerd met “lopen de spuigaten uit” tot “rijzen de spuigaten uit”) of pleonasmen (“witte sneeuw”) maken de tekst slordiger.

Hoe herken je figuurlijk taalgebruik bij anderen en in je eigen taal?

Ten eerste luister je naar signalen. Woorden als “als”, “ook”, “lijkt op”, “vergelijk”, “als het ware” kunnen aangeven dat er een vergelijking ligt.
Ten tweede let je op of de uitdrukking letterlijk onmogelijk is: “de zon streelde mijn huid” wil niet zeggen dat de zon fysiek streelt; het beeld is gekozen om te duiden hoe het voelt.

In je eigen taal kun je voorzichtig experimenteren. Als je zegt: “mijn hart smolt”, weet je dat je niet letterlijk spreekt. Als de lezer begrijpt wat je bedoelt (bijvoorbeeld dat je iets heel ontroerend vond) is de beeldspraak geslaagd. Te overdadig gebruik of onduidelijke beelden kunnen verwarring oproepen.

Figuurlijk taalgebruik vormt een brug tussen wat je zegt en wat je voelt, tussen denken en verbeelden. Het helpt je om kleur en sfeer te brengen in je taal. Door te letten op betekenis, grammaticaregels en stijlfiguren, kun je het herkennen, verfijnen en toepassen.

Terug
Meest bekeken