Waarom signaalwoorden handig zijn

Als je een tekst leest, wil je niet in het duister tasten over hoe zinnen met elkaar te maken hebben. Signaalwoorden verduidelijken of er een tegenstelling is, een opsomming, een voorbeeld, een oorzaak-gevolgrelatie of een conclusie. Ze fungeren als bruggetjes tussen gedachten. Volgens Taalwinkel geven signaalwoorden structuur aan de tekst en zorgen ze voor samenhang tussen alinea’s en zinnen.

Wie signaalwoorden herkent, kan sneller de hoofdlijn van een tekst volgen. Bovendien let een schrijver erop dat niet elke zin abrupt wisselt van idee zonder aankondiging. Daarmee voorkomt hij dat de lezer verdwaalt.

Tekstverbanden en de corresponderende signaalwoorden

Elk signaalwoord past vaak bij een bepaald tekstverband. Hieronder leg ik uit welke verbanden er zijn en welke woorden je vaak tegenkomt.

Opsomming

Bij een opsomming introduceer je meerdere punten naast elkaar. Signaalwoorden als “ten eerste”, “verder”, “ook”, “daarnaast” en “tot slot” geven al aan dat er meerdere zaken volgen of zijn opgenoemd.

Als je “ten eerste” gebruikt, verwacht de lezer dat er een “ten tweede” komt of in ieder geval een vervolg. Gebruik je “tot slot”, dan weet hij dat het einde van de opsomming in zicht is.

Tegenstelling

Wanneer je wil aangeven dat twee zaken tegenover elkaar staan, gebruik je bijvoorbeeld “maar”, “echter”, “toch”, “desondanks” of “daarentegen”. Zo signaleer je dat wat volgt een nuance, contrast of afwijking bevat.

Let erop dat sommige woorden in andere contexten geen tegenstelling markeren. Bijvoorbeeld “tegenover” kan ook letterlijk iets aanwijzen, “het huis staat tegenover de kerk”. Dan is het geen signaalwoord in de betekenis van contrast.

Tijd / volgorde

Wil je de volgorde van gebeurtenissen of fasen aangeven, dan gebruik je woorden als “eerst”, “vervolgens”, “daarna”, “nadat”, “voordat”, “ten slotte”, “tegelijkertijd” of “wanneer”.

Met die signalen begrijpt de lezer in welke volgorde iets gebeurde zonder dat elke stap expliciet omschreven hoeft te worden.

Toelichting / voorbeeld

Soms wil je iets verduidelijken of iets laten zien. Dan gebruik je signaalwoorden zoals “bijvoorbeeld”, “zoals”, “ter illustratie”, “dat wil zeggen”, “onder andere”.

Die woorden zeggen als het ware: “Let op, nu volgt iets dat dit duidelijk maakt of illustreert.”

Oorzaak / gevolg

Als er een reden of een gevolg gegeven wordt, kom je signaalwoorden tegen als “omdat”, “daarom”, “daardoor”, “zodat”, “waardoor”, “op grond van”, “ten gevolge van”.

Met “omdat” introduceer je de reden; met “daardoor” of “zodat” wijs je op het effect dat volgt uit wat eerder gezegd is.

Voorwaarde

Wordt er een situatie geschetst die alleen geldt onder bepaalde voorwaarden, dan gebruik je “als”, “indien”, “mits”, “tenzij”, “aangenomen dat”.

Die woorden maken duidelijk dat er een “als–dan”-relatie geldt.

Vergelijking / overeenkomst

Wanneer je zaken naast elkaar zet om de mate van gelijkenis te tonen, kun je “zoals”, “net als”, “evenals”, “in vergelijking met”, “hetzelfde als” gebruiken.

Die signaalwoorden geven aan dat wat volgt geen totaal nieuw idee is, maar gerelateerd aan iets wat je eerder noemde.

Samenvatting / conclusie

Aan het eind van een betoog of tekst kies je vaak voor “dus”, “kortom”, “concluderend”, “samenvattend”, “hieruit volgt” of “al met al”.

Zo weet de lezer: dit stuk markeert het slot, de afronding van de gedachtegang.

Tips bij gebruik

Let bij het schrijven op een paar zaken:

  • Gebruik niet te veel verschillende signaalwoorden door elkaar, want dat kan verwarrend worden.
  • Kies een signaalwoord dat logisch past bij de relatie die je wil aangeven.
  • Sommige signaalwoorden kunnen in verschillende verbanden gebruikt worden, bijvoorbeeld “dus” kan een gevolg betekenen, maar ook een conclusie aanduiden. Dan moet je op de context letten.
  • Begin niet elke zin met hetzelfde signaalwoord, variatie maakt schrijven en lezen prettiger.
  • Als je merkt dat een woord als “maar” of “en” te algemeen of vaag wordt, kun je overwegen om een preciezer signaalwoord te kiezen of een uitdrukking met meerdere woorden.

Helder de weg wijzen

Door bewuster te letten op signaalwoorden verbind je zinnen soepeler en geef je de lezer houvast. Wanneer je begrijpt welk verband je wil leggen (tegenstelling, opsomming, oorzaak of conclusie) kun je sneller het juiste woord kiezen. Zo wordt een tekst niet alleen duidelijker, maar ook prettiger om te lezen.

Terug
Meest bekeken